maart 8, 2021

Waarom doen relatief weinig vrouwen mee aan ons onderzoek?

Nog nooit heb ik – als enige man in een gezin met vier vrouwen – lang nagedacht over de verschillen tussen man en vrouw, totdat ik onlangs werd geïnterviewd door Trouw over het onderwerp nieuwe medicijnen tegen alzheimer. Sindsdien laat het niet meer los. Vandaag, op Internationale Vrouwendag, wil ik er wat langer bij stilstaan. Normaal zou deze dag voorbijgaan als een van de vele dagen in het jaar. Natuurlijk, er valt op het gebied van emancipatie van vrouwen en de strijd tegen vrouwendiscriminatie nog veel te verbeteren, ook in Nederland. De gedachte dat mijn vrouw en drie dochters op basis van hun gender ongelijk behandeld zouden kunnen worden, is onverteerbaar. Maar het is geen dagelijks thema. Maar journaliste Elleke Bal heeft me aan het denken gezet. Lees haar artikel hier: https://www.trouw.nl/wetenschap/apathisch-of-juist-labiel-dit-zijn-de-man-vrouwverschillen-bij-alzheimer~b5d5635d

Wat is namelijk het geval? De ziekte van Alzheimer komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Dat heeft alles te maken met het feit dat vrouwen gemiddeld langer leven en dat alzheimer een ziekte is die vaak (maar niet altijd!) ontstaat op oudere leeftijd. Tot zover niets nieuws. Maar wat zien we als we kijken naar de verdeling man vrouw binnen ons medicijnonderzoek? Daar is het Fifty-Fifty. Waarom is dat? En misschien nog belangrijker: is dat erg?

Om met de eerste vraag te beginnen: ik weet niet waarom dat is. Wij zien namelijk dat meer vrouwen dan mannen onze website van Brain Research Center, het centrum waar we de onderzoeken naar nieuwe medicijnen tegen alzheimer uitvoeren, bezoeken. Maar wij weten niet of die vrouwelijke bezoekers zelf patiënt zijn en een onderzoek voor zichzelf zoeken, of dat zij mantelzorger of familielid zijn en een onderzoek zoeken voor hun dierbare. Als we kijken naar hoeveel vrouwen zich opgeven om daadwerkelijk mee te doen aan medicijnonderzoek, dan is dat dus gelijk aan het aantal mannen. Het lijkt erop dat we vrouwelijke patiënten of onvoldoende bereiken, of dat ze relatief minder vaak besluiten mee te doen.

En dan de tweede vraag, is het erg? Met onze toenemende kennis over de ziekte van Alzheimer, komen we er steeds meer achter dat er waarschijnlijk verschillende manieren zijn om alzheimer te ontwikkelen en dat die verschillen samenhangen met zowel genetische risicofactoren als beschermende factoren. En het lijkt logisch dat man-vrouw verschillen daarbij ook een rol spelen. Ik denk dat we, net als bij kanker, in de toekomst voor alzheimer zullen beschikken over combinaties van medicijnen. En dat de behandeling van de individuele patiënt een behandeling op maat zal zijn. Om die reden lijkt me van groot belang dat vrouwen in het medicijnonderzoek niet relatief onder gerepresenteerd zijn. De vraag is nu hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer vrouwen mee gaan doen aan medicijnonderzoek.

Herkent u mijn verhaal? Graag zou ik van u willen horen wat wij zouden kunnen doen om meer vrouwen laten deelnemen. Mail naar n.prins@brainresearchcenter.nl