Depressie: een complexe aandoening

Hoe herken je deze ziekte en wat zijn de behandelingsmogelijkheden? Lees hieronder verder.

Over depressie

Depressie komt bij ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking voor – ongeveer 550.000 mensen (bron RIVM). Ongeveer 8% gaf aan depressief geweest te zijn het afgelopen jaar (2014). Ongeveer 20% van de Nederlandse bevolking krijgt in zijn leven last van depressies is de schatting.

Depressie is een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of zware neerslachtigheid. In het dagelijkse spraakgebruik wordt de term depressief gebruikt voor uiteenlopende gemoedstoestanden, variërend van een korte dip tot ernstige neerslachtigheid. Niet iedere depressieve, sombere of verdrietige stemming is een psychische aandoening.

Iedereen heeft zich wel eens somber gevoeld en niet veel zin gehad in de dingen om zich heen. Dit soort gevoelens zijn heel normaal en gaan in de meeste gevallen vanzelf weer over. Dit is anders wanneer de onderliggende oorzaak van de sombere gevoelens een depressie is. Dan kunnen de sombere stemming en het verlies van interesse en plezier steeds erger worden en kunnen de gevoelens langdurig blijven aanhouden. De scheidingslijn tussen ‘normale somberheid’ en het hebben van een depressie is soms lastig te bepalen. Bij een depressie geldt als regel dat hier pas van wordt gesproken als gedurende twee volle weken bepaalde symptomen meer wel dan niet aanwezig zijn.

Doe mee met onze onderzoeken
Niet alleen de generaties na u hebben baat bij gedegen medicijnonderzoek, ook voor u als patiënt zijn er voordelen. Tijdens het onderzoek krijgt u namelijk optimale begeleiding, wordt het ziektebeeld goed gemonitord en u kunt baat bij hebben bij de eventuele werking van het nieuwe medicijn.

Interesse? Meld u aan bij Brain Research Center.

Oorzaken van depressie

Bij het ontstaan van een depressie speelt kwetsbaarheid in veel gevallen een rol. Soms is dit erfelijk. Ook kan kwetsbaarheid ontstaan door leerprocessen in de interactie met de omgeving. Negatieve ingrijpende gebeurtenissen (‘life events’) kunnen een vergroot risico vormen bij het ontstaan van stemmingsstoornissen.

Sociale- en omgevingsfactoren
Een verlies, psychische aantasting of andere traumatische levensomstandigheid zijn voorbeelden van sociale of omgevingsfactoren die kunnen leiden tot een depressie. Valt er sociale steun weg of heeft iemand te maken met sociale afwijzingen, dan kan diegene in een sociaal isolement terechtkomen. Door sociaal niet actief te zijn, kan het depressieve gedrag zich uitbreiden en houdt de depressie uiteindelijk stand.

Genetische factoren
Uit onderzoek naar tweelingen is bekend dat er 65% kans is op een stemmingsstoornis als één helft van een eeneiige tweeling hieraan lijdt. Bij twee-eiige tweelingen is deze kans ongeveer 14%. Kinderen van ouders met een depressie hebben bijna drie keer zoveel kans om zelf een depressie te ontwikkelen. Dat iemand erfelijke aanleg heeft voor depressie betekent niet dat de depressie daadwerkelijk aanwezig zal zijn. Ook omgevingsfactoren spelen een rol in het aanleggen van een depressie.

Neurotransmitters
Antidepressiva pakken de chemische ontregeling in de hersenen aan en zijn bedoeld om de stemming positief te beïnvloeden. Er wordt ingegrepen op de chemische stoffen (neurotransmitters) die vrijkomen rond de communicatie tussen hersencellen. Bepaalde stoffen, zoals serotonine en noradrenaline, komen bij depressieve mensen minder voor in bepaalde hersengebieden.

Hormonale ontregeling
Hormonale ontregeling staat in verbinding met chemische ontregeling in de hersenen. De hypofyse in de hersenen reguleert de hormonen en beïnvloedt onder andere de schildklier, de bijnieren en de geslachtsklieren. De hypofyse is een kleine klier in de hersenen en is verbonden met een steeltje uit de hersenen (hypothalamus). Bij sommige depressieve mensen wordt in het bloed een verhoogde dosis van het stresshormoon cortisol gevonden. Wie meer cortisol aanmaakt, reageert vaak heftiger op stressvolle gebeurtenissen of situaties.

Cognitieve theorie
Kwetsbaarheid voor depressie kan ontstaan wanneer iemand negatieve ervaringen in de jeugd heeft meegemaakt. Hierdoor is er een kans dat er negatieve overtuigingen over de persoon zelf ontstaan. Door vervelende situaties op later leeftijd kunnen deze overtuigingen worden geactiveerd. Waardeloosheid, tekort schieten en een gevoel van ongenoegen zijn resultaten van de negatieve kijk op het zelf. Deze negatieve blik kan zelfs uitmonden in hopeloosheid en apathie. De negatieve overtuigingen vormen zo een bron van depressieve emoties en gedrag.

Diagnose

Hoe wordt een diagnose depressie vastgesteld? Volgens de DSM-5 (een psychiatrisch classificatiesysteem) is er sprake van een depressie als er minstens vijf van de volgende symptomen gedurende ten minste twee weken aanwezig zijn geweest. De symptomen dienen te wijzen op een verandering ten opzichte van het eerdere functioneren. Ten minste één van de symptomen is depressieve stemming (1) of vermindering van interesse en plezier (2).

  • Depressieve stemming (of geprikkeldheid bij kinderen en jongeren) gedurende vrijwel de gehele dag, bijna elke dag.
  • Duidelijke vermindering van interesse voor of plezier aan (bijna) alle activiteiten, gedurende vrijwel de gehele dag, bijna elke dag.
  • Onopzettelijk, duidelijk gewichtsverlies of onopzettelijke gewichtstoename, of een af- of toename van de eetlust. Bij kinderen kan er sprake zijn van het uitblijven van de verwachte gewichtstoename.
  • Slaapklachten: niet (voldoende) kunnen slapen, te veel moeten slapen, bijna elke dag.
  • Psychomotorische gejaagdheid of geremdheid, bijna elke dag.
  • Vermoeidheid of verlies van energie, bijna elke dag.
  • Gevoelens van waardeloosheid, of ernstige c.q. inadequate schuldgevoelens.
  • Vermindering van het vermogen om te denken, zich te concentreren, of besluiteloosheid.
  • Gevoelens van wanhoop, zelfmoordgedachten, fantasieën over zelfmoord zonder specifieke plannen, een zelfmoordpoging of een specifiek plan voor zelfmoord. Niet alleen de vrees dood te gaan.

Mensen zijn soms geneigd te wachten tot de symptomen vanzelf overgaan of tot de klachten toenemen, terwijl het beter zou zijn om al in een vroeg stadium hulp te zoeken. Het vroegtijdig herkennen en onderkennen van klachten en in een vroeg stadium hulp zoeken verhoogt de effectiviteit van de behandeling en kan voorkomen dat de depressie onnodig lang duurt.

Het is verstandig om bedacht te zijn op de signalen die een voorbode kunnen zijn voor het ontwikkelen van een depressie. Let wel: de aanwezigheid van één signaal of combinaties van meerdere van de signalen is niet voldoende om te spreken van een depressie. Het kan ook binnen het spectrum van het normale vallen. Zie het daarom vooral als waarschuwingen en om de alertheid te vergroten dat de kans op het ontwikkelen van een depressie bestaat.

Het is belangrijk een depressie of depressieve klachten snel te herkennen en te bestrijden om verergering te voorkomen. Lichte behandelingen zijn dan nog mogelijk. Maar snelle herkenning is niet altijd gemakkelijk.

Naast psychische klachten zijn er lichamelijke klachten die kunnen wijzen op een depressie. Het duurt vaak even voordat mensen doorhebben dat hun lichamelijke klachten te maken kunnen hebben met hun depressiviteit.

Behandeling

Er zijn vele behandelingsvormen voor depressie. Hieronder vindt u enkele mogelijke behandelingsopties. Echter is niet elke behandeling of combinatie daarvan altijd effectief. Daarom doen we bij Brain Research Center onderzoek naar nieuwe medicijnen die mogelijk helpen in de behandeling van mensen met depressie, bijvoorbeeld als bestaande medicatie niet werkt.

Wilt u meer weten, of geholpen worden? Neem dan altijd contact op met een medisch specialist.

Voor uitgebreide informatie kunt u ook kijken op de site van de Depressie Vereniging, de patiëntenvereninging van en voor mensen met een depressie en hun naasten:
https://www.depressievereniging.nl/

Cognitieve gedragstherapieën
Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van gedragstherapie en gesprekstherapie. Een van de grondleggers van deze therapie, de Amerikaanse psychiater Aaron T. Beck, ontwikkelde een theorie en een behandelingswijze waarbij de cognities van de cliënt centraal staan: zijn gedachten, fantasieën, herinneringen en zijn opvattingen over gebeurtenissen.

Cognitieve gedragstherapie gaat ervan uit dat het niet de gebeurtenissen zelf zijn die een mens negatieve gevoelens en een bepaald gedragspatroon bezorgen, maar de ‘gekleurde bril’ waardoor hij de dingen ziet. Wie leert deze negatieve gedachtes anders te interpreteren, krijgt een objectievere kijk op de eigen gevoelens en waarnemingen. Hierdoor kunnen negatieve gevoelens verdwijnen en zal het gedrag veranderen.

Cognitieve gedragstherapie is een van de meest toegepaste behandelvormen in Nederland. Het is een kortdurende, gestructureerde therapievorm die op het heden en de toekomst is gericht. Het verhaal van de cliënt is van belang. Samen met de therapeut dient u te ontdekken hoe de ‘foute’ denkgewoonte is ontstaan

Medicatie
Een psychiater is een medisch specialist die, zoals alle artsen, bevoegd is tot het voorschrijven van medicatie. Voor veel psychiatrische aandoeningen zijn medicijnen beschikbaar die een bijdrage kunnen leveren aan een behandeling van uw klachten. Medicatie kan onder andere worden voorgeschreven voor angst- en stemmingsklachten, slaapproblemen en ADHD symptomen. Normaal gesproken wordt medicatie alleen toegepast bij ernstige vormen van bovenstaande klachten. Medicijnen worden in de meeste gevallen alleen voorgeschreven in combinatie met andere vormen van behandeling, meestal een vorm van gesprekstherapie.

Kortdurende behandeling
Kortdurende behandeling is geschikt voor mensen bij wie nog niet zo lang sprake is van een depressie en die nog niet uit hun evenwicht zijn geraakt door de klachten. Het doel van deze hulp is om hen op weg te helpen zodat zij zich beter in staat voelen de problemen zelfstandig aan te pakken. De eigen competentie en zelfredzaamheid staan centraal. Er zijn verschillende namen voor kortdurende ‘behandeling’ of kortdurende interventies. Vrijwel altijd gaat het om één van de volgende twee soorten.

  • Begeleide zelfhulp: accent op eigen initiatieven.
  • Activerende begeleiding in een reeks van kortdurende gesprekken. Dit wordt ook wel Problem Solving Therapy genoemd.

Onderzoek

Bij Brain Research Center doen we actief onderzoek naar oplossingen voor depressie. Heeft u een depressie die niet beter wordt? Wellicht is het onderzoek Janssen Escape iets voor u. Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek.

Veelgestelde vragen

Ik gebruik al andere medicijnen, kan ik deze blijven slikken?

Ja, u blijft uw huidige medicijnen gebruiken. Na uw aanmelding kijken we goed naar uw huidige medicijngebruik. Als u veel (zware) medicijnen gebruikt, kan dat een reden zijn om u niet toe te laten tot een onderzoek, maar dat verschilt per onderzoek. In geen geval moet u uw huidige medicijngebruik opgeven.

Gaat de reguliere behandeling bij mijn huidige specialist (neuroloog/geriater) tijdens deelname aan medicijnonderzoek door? Of neemt Brain Research Center dit over?

De reguliere behandeling bij uw huidige specialist (neuroloog/geriater) gaat gedurende de periode van het onderzoek in principe door. Het Brain Research Center informeert uw specialist en huisarts over uw deelname. Tijdens het onderzoek zullen er op meerdere momenten controles uitgevoerd worden. Bij afwijkende uitslagen zal Brain Research Center, met uw toestemming, contact opnemen met uw huisarts of behandelend specialist. Ook mag uw huisarts of specialist bij wijzingen in uw gezondheid laagdrempelig overleggen met één van onze onderzoeksartsen.

Zoekt Brain Research Center ook deelnemers zonder symptomen of zonder diagnose om deel te nemen aan medicijnonderzoek?

Brain Research Center doet voornamelijk onderzoek bij patiënten die reeds een diagnose hebben gehad, maar soms zijn er ook onderzoeken waarbij gezonde vrijwilligers gezocht worden. U kunt zich dus ook melden, als er geen diagnose gesteld is.

Kan ik vroegtijdig stoppen met het onderzoek of zijn daar voorwaarden aan verbonden?

Ja, stoppen kan te allen tijde. Hieraan zijn geen voorwaarden verbonden.

Brain Research Center heeft meerdere medicijnonderzoeken: kan ik zelf aangeven in welk onderzoek ik interesse heb?

Ja, op onze website kunt u lezen over de lopende onderzoeken. U kunt zelf een voorkeur voor een onderzoek aangeven: wilt u bijvoorbeeld liever deelnemen aan een kort onderzoek (bijvoorbeeld enkele maanden) of een lang onderzoek (bijvoorbeeld enkele jaren). Het Brain research center bepaalt onder andere aan de hand van uw medische voorgeschiedenis, leeftijd en huidig medicijngebruik of u geschikt bent voor het onderzoek van uw voorkeur. Per onderzoek gelden verschillende criteria en samen met de onderzoeksarts wordt gekeken naar de mogelijkheden. Deelname aan een onderzoek gaat vanzelfsprekend altijd in overleg.

Wat betekent deelnemen aan een onderzoek concreet?

Stappenplan bij deelname aan onderzoek:

  1. Aanmelden
    Aanmelden bij Brain Research Center.
  2. Telefonische intake en opvragen medische voorgeschiedenis
    U wordt gebeld voor een telefonische intake, krijgt informatie over Brain Research Center toegestuurd en ontvangt een formulier ter ondertekening om de medische voorgeschiedenis bij de behandelend arts op te vragen (deze geschiedenis is nodig om te bekijken of u in aanmerking komt voor onderzoek). Er wordt gevraagd of u een zogeheten studiepartner heeft. Vaak is dit uw partner, een broer of zus, zoon of dochter, buurman of buurvrouw: iemand die u goed kent en vragen kan beantwoorden over uw dagelijks functioneren. Deze persoon moet beschikbaar zijn om zo nu en dan mee te reizen naar afspraken bij Brain Research Center.
  3. Kennismakingsgesprek en een onderzoek kiezen
    Als Brain Research Center in uw medische voorgeschiedenis geen redenen ontdekt waarom u niet mee zou kunnen doen aan een onderzoek, dan wordt een kennismakingsgesprek van een half uur ingepland in het Brain Research Center met de pre-screeningsspecialist en onderzoeksarts. In dit gesprek wordt nader kennis gemaakt en worden de voorkeuren en verwachtingen wederzijds uitgesproken. Vervolgens krijgt u gedetailleerde informatie over een aantal medicijnonderzoeken mee naar huis, zodat u het thuis rustig kunt doorlezen en eventueel kunt bespreken met familie of vrienden. Vervolgens kiest u aan welk onderzoek u wilt deelnemen.
  4. Screening
    Tijdens de screening worden er allerlei onderzoeken gedaan om te bepalen of u aan het medicijnonderzoek kunt deelnemen. Soms omvat de keuring alleen een reeks vragen, soms zijn laboratoriumtesten noodzakelijk. Deze onderzoeken worden uiteraard altijd in overleg met en met toestemming van u uitgevoerd. Deze screening duurt anderhalf tot drie uur en verschilt per medicijnonderzoek. Op basis van de uitslagen wordt bepaald of u wel of niet kunt deelnemen aan het gekozen medicijnonderzoek. Als u voor het ene onderzoek niet in aanmerking komt omdat uw geheugen bijvoorbeeld nog te goed is, of juist net te zwak, kan het zijn dat u in aanmerking komt voor deelname aan een ander onderzoek. Elk onderzoek hanteert namelijk andere criteria voor deelname.
  5. Randomisatie
    Bij medicijnonderzoek krijgt een deel van de patiënten het bewuste medicijn toegediend. Het andere deel van de patiënten krijgt een placebo. Een placebo is een medicijn zonder werkzame stoffen. De patiënten worden door een computer willekeurig in een groep geplaatst. Zowel de patiënten als het Brain Research Center weten niet wie in welke groep is ingedeeld. Op deze manier kunnen de onderzoeksresultaten goed met elkaar vergeleken worden: presteert de groep die het echte middel krijgt hetzelfde, beter of slechter dan de placebogroep? Zodra het medicijnonderzoek door alle deelnemers is afgerond, krijgt u bericht over of u het werkend medicijn of het placebo heeft toegediend gekregen.
  6. Vervolgafspraken
    Als de screening goed doorlopen is, worden de vervolgafspraken ingepland. Het aantal afspraken en de duur van de afspraken verschilt per medicijnonderzoek. Gemiddeld komen patiënten 1 tot 2 keer per maand naar Brain Research Center voor een bezoek van een half uur tot enkele uren. Bij het kennismakingsgesprek ontvangt u hierover meer informatie, ook in de documentatie die u mee naar huis krijgt, staat hoe vaak u het Brain Research Center bezoek tijdens het onderzoek. Bij het plannen van de afspraken houden wij uiteraard zoveel mogelijk rekening met eventuele werktijden en vakantieplannen van u en uw partner, maar wij vragen ook flexibiliteit van uw kant.
  7. Na het onderzoek
    Als u het hele onderzoek doorlopen heeft, wordt gekeken naar de resultaten: Bent u stabiel gebleven, vooruit of juist achteruit gegaan? Vervolgens kunnen we samen besluiten om bijvoorbeeld nog een onderzoek te doorlopen of uw periode bij Brain Research Center af te sluiten.

Kan ik vaker deelnemen aan een onderzoek?

Ja, dat kan. Als u het hele onderzoek doorlopen heeft, wordt gekeken naar de resultaten: Bent u stabiel gebleven, vooruit of juist achteruit gegaan? Vervolgens kunnen we samen besluiten om bijvoorbeeld nog een onderzoek te doorlopen of uw periode bij het Brain Research Center af te sluiten.

Is er een financiële vergoeding voor patiënten?

Alle patiënten krijgen de reis- en parkeerkosten vanzelfsprekend vergoed. Ook wordt bij langere bezoeken voor lunch gezorgd. Een andere financiële vergoeding is er niet. U doet mee aan een klinisch medicijnonderzoek omdat de medicijnen u kans bieden op verbetering en omdat u toekomstige generaties wilt helpen aan een medicijn tegen dementie. Een ander voordeel van deelname aan een onderzoek is dat uw ziektebeeld goed wordt gemonitord en u tijdens het onderzoek goede begeleiding en ondersteuning krijgt van professionals.

Wat betekent randomisatie?

Bij klinisch medicijnonderzoek krijgt een deel van de patiënten het bewuste medicijn toegediend. Het andere deel van de patiënten krijgt een placebo. Een placebo is een medicijn zonder werkzame stoffen. De patiënten worden door een computer willekeurig in een groep geplaatst. Zowel de patiënten als de artsen weten niet wie in welke groep is ingedeeld.

Wat betekent blindering?

Een computer plaatst de patiënten willekeurig in een groep. De ene groep krijgt het bewuste medicijn toegediend, de andere groep krijgt een placebo. Een placebo is een medicijn zonder werkzame stoffen. Niemand die bij het onderzoek betrokken is, weet in welke groep u zit. Dat noemen we blindering.

Hoe zien de medicijnen eruit?

De onderzoeksmedicatie bestaat voor het grootste deel uit tabletten. Deze kunt u thuis dagelijks innemen. Afhankelijk van het medicijnonderzoek kan de medicatie ook om de paar weken via een injectie toegediend worden of per infuus. Dit gebeurt in het Brain Research Center onder begeleiding van de arts.

Heb ik altijd kans om een placebo te krijgen?

Bij de meeste medicijnonderzoeken is er inderdaad sprake van een werkzaam en niet-werkzaam (placebo) medicijn. Het Brain Research Center heeft geen zeggenschap in de toewijzing van de middelen: dit gebeurt automatisch en het Brain Research Center krijgt die informatie ook niet door. Alleen bij acute spoedgevallen kan het Brain Research Center deze informatie opvragen. Er zijn ook een aantal medicijnonderzoeken die met alleen werkzame stoffen werken. Bij een kennismakingsgesprek kan de onderzoeksarts u hierover inlichten.

Wordt het eigen risico van mijn zorgverzekering aangesproken als ik meedoe aan een onderzoek van het Brain research center?

Nee, de behandelingen bij het Brain research center gaan buiten de ziektekostenverzekering om. U hoeft zich dus geen zorgen te maken over eventueel verbruik van eigen risico. Voor elk medicijnonderzoek is een eigen verzekering afgesloten voor alle deelnemers. Heeft u daar vragen over, stel ze dan bij de telefonische intake of bij het kennismakingsgesprek. Houd er rekening mee dat andere zaken, zoals bijvoorbeeld controles bij uw eigen specialist (buiten het Brain research center) wel via uw eigen ziektekostenverzekering gaan.

Wilt u meer weten of meedoen?